Everhard

Everhard

“Ik speel piano tijdens de vesperdiensten van de Open Hof, een keer in de vier-vijf weken. De diensten hier hebben een heel eigen karakter en ik moet zeggen dat ik ze erg inspirerend vind. De thema’s die de voorganger kiest, liggen dichtbij de situatie van de mensen zelf. Er wordt een stukje tekst gelezen en dat gaan we uitdiepen. Iedereen kan een bijdrage leveren en dat gebeurt ook. Men reageert vanuit de eigen situatie. Vorige week ging het over straffen. Een van de bezoekers zei: straffen is niet zo erg, het hoort er gewoon bij. Voor hem is er een hemel en een hel. Daar denk ik dan over na.

Men zingt meestal niet uit volle borst mee. Meestal zingen alleen de voorganger en de vrijwilligers van de koffie en thee en soms hoor ik de anderen ook. Ik let daar niet zo op, ik concentreer me op de noten. Het aantal mensen dat een dienst bijwoont, varieert. Als het mooi weer is zijn het er wat minder dan als het regent. Heel soms zijn we met z’n twintigen, dan is de kerkzaal propvol. Ik wil redelijk ruim van tevoren de liederen hebben. Thuis speel ik de stukken regelmatig door, ze zijn niet nieuw voor me maar ik wil ze weer even in de vingers krijgen. Ik heb ook altijd een gewoon pianostuk, dat speel ik vooraf. Het is wel eens gebeurd dat ik iets van Tsjaikovsky of Chopin speelde en een jongen zei: hee, dat is een leuk stuk van die of die. Sommige bezoekers hebben veel culturele bagage.

Wanneer iemand een beroep op me doet en ik denk dat het nuttig is, dan zet ik me in. In mijn wijk doe ik twee keer per jaar mee aan het opruimen van zwerfvuil. Dan tref ik allerlei mensen: vaders en moeders met kinderen, opa’s en oma’s, alleenstaanden, mensen van beschermd wonen… In onze straat halen we iedere maand samen het zwerfvuil weg en na afloop drinken we koffie. Ik vind het onzin dat de overheid alles maar moet oplossen.

Everhard maakt zich graag nuttig en houdt er van nieuwe mensen te leren kennen. Hij knapt er van op, zegt hij. In welke zin doet het werk bij de Open Hof hem goed?

“Ik knap er van op omdat het aardige mensen zijn en omdat er zaken op tafel worden gelegd die ook bij mij horen. Dak- en thuislozen zien er soms wat anders uit maar we hebben dezelfde levensvragen. En probeer maar eens met ze een dag de straat op te gaan, dat is loodzwaar. Zo’n vesperdienst is toch een liturgisch moment dat ieder boven de dagelijkse werkelijkheid uittilt.”