Henk

Henk

“Vroeger was ik pastor, dat is iets anders dan pastoor. Ik wilde niet beantwoorden aan het klassieke beeld van de pastoor maar zat wel in die rol. Ik werkte in de Bommelerwaard en later in Winschoten/Oude Pekela en tenslotte in Klazinaveen, en toen kreeg ik darmkanker. Daar ben ik behoorlijk goed van hersteld maar full time werken ging niet meer en ik werd geestelijk verzorger in de Ebbingepoort en in Mercator, verzorgingshuizen in de stad Groningen. Dat heb ik tot mijn 65e gedaan en toen vond ik het wel genoeg. Ik ben het niet eens met de richting die de katholieke kerk is opgegaan. Het is me te conservatief, veel te veel naar binnen gericht. Een kerk moet iets betekenen voor de samenleving anders heeft het geen enkele zin .Wat heeft de mens nodig? Daar moet het om gaan.

Vanuit dat gevoel ben ik vrijwilliger geworden bij de Open Hof. Een pastor is een luisteraar en dat ben ik nog steeds. Een van mijn motivaties om dit vrijwilligerswerk te doen is mensen het gevoel te geven dat ze gezien worden, dat ze als gelijke erkend worden. Vrijwilliger en bezoeker staan naast elkaar, er is bij de Open Hof geen kloof tussen mensen met een dak en zonder dak.

Ik ben er om er te zijn. Verveling lijkt me het meest erg van het daklozenbestaan. Er is geen doel. Om aan de doelloosheid te ontkomen vlucht men bijvoorbeeld in alcohol en drugs, denk ik. Soms vertelt iemand over zijn leven, je merkt dat hij de oorzaak van de problemen bij zichzelf en bij anderen legt. En soms kijk je samen of er een uitweg is. Dat vind ik de mooiste gesprekken. Hulp verlenen doe ik niet, ik bied alleen een luisterend oor en dat is vaak al heel wat. Als mensen dat willen, verwijzen we door naar het maatschappelijk werk. Zorgen voor de ander zit in mijn genen, dat heb ik van huis uit meegekregen. Dat is ook een reden om bij de Open Hof vrijwilliger te zijn.

Franciscaan zijn houdt in dat je als broeders met elkaar samen wilt leven. Je deelt alles met en je zorgt voor elkaar. De meeste Franciscanen leven in groepjes. Door omstandigheden ben ik alleenwonend geworden maar we komen iedere maand samen voor een viering en gesprekken. In Noord-Nederland zijn we nog maar met z’n drieën.

Henk is een beetje doof en dat is lastig in het geroezemoes van de huiskamer. Maar is dat erg?

“Het liefst verwelkom ik de bezoekers bij de voordeur, waar het rustiger is. Ik ken er heel veel en er daarom is er veel vertrouwdheid. Je komt gemakkelijker tot een één op één-gesprek.”