Romy

Romy

“Bijna alle stagiaires blijven na hun stage als vrijwilliger, ik ook. Het werk met de mensen hier bindt je. Tijdens mijn stage heb ik de Dutch Street Cup opgepakt. Groningen had nog geen team. Ik zit zelf op voetbal en ik vind het een hartstikke leuke sport. In Selwerd trainen we in de zomermaanden op het veld, in de wintermaanden in een zaal in De Hunze. In het begin moest je nog wel eens mensen meesleuren maar er is nu een vaste kern van voetballers die altijd komt. In heel Nederland zijn er toernooien voor dak- en thuislozenteams die tegen elkaar wedstrijden spelen.

Ons team speelt in de oude uit-tenues van FC Groningen. We trainen iedere maandag, dan ligt de sportkleding klaar voor de jongens. Anderen zorgen voor de was. De voetballers kunnen na afloop lekker douchen in de kleedkamers. Naar uitwedstrijden reizen we samen in een busje. Voor een gezellige afsluiting gaan we meestal nog even naar McDonalds. Helaas kan ik vaak niet mee, het is op zaterdag en dan werk ik in de horeca. Onlangs is het team zelfs naar Duitsland geweest. Daar hebben ze zo’n goede indruk achtergelaten dat de Poolse organisatie van de dak- en thuislozencompetitie ons heeft gevraagd daar een aantal wedstrijden te spelen.

Ik ben afgestudeerd en moet nu een baan vinden. Zolang ik er tijd voor heb, wil ik bij het voetbal betrokken blijven. Ik ben heel druk aan het solliciteren overal. Er zijn heel weinig banen. Op vacatures komen soms wel honderd sollicitatiebrieven. Ik heb weinig ervaring, vindt men. Sinds kort ben ik invaller bij ZIENN. Die organisatie heeft veel raakvlakken met de doelgroep van de Open Hof. Het is een mooie manier om meer ervaring te doen. Zo werk ik de ene week veel op de nachtopvang en de andere week weer veel op een sociaal pension.

In dit werk moet je onbevooroordeeld zijn. Wat de bezoekers ook allemaal uitspoken, bij de Open Hof is het niet onze taak om daar over een oordeel te hebben. Ik vind het juist fijn om als mens met ze om te gaan.

Romy is zich ervan bewust dat er zich situaties kunnen voordoen waarin het lastig is om geen oordeel te hebben. Soms weet ze wat iemand allemaal op zijn kerfstok heeft. Kan ze dan nog normaal met iemand omgaan?

“Als ik bij mezelf aarzelingen bespeur, beslis ik of ik degene ben die het beste hulp kan bieden. Gelukkig is dat nog niet voorgekomen. Dat heb ik geleerd bij de Open Hof. Nu praat ik als stagiair, als vrijwilliger bied je geen hulp. En nu ben ik vrijwilliger!”