Tineke

Tineke

“Bij de Open hof doe ik gewone dingen. Koffie en thee schenken, bij de voordeur staan, brood smeren… En op donderdagmorgen doe ik de kleding. Vroeger werd er allerhande tweedehands kleding bij ons gedumpt en daarom zijn we er een tijdje mee gestopt, het werd een troep. Het uitdelen van handschoenen, sokken, schoenen, dekens en slaapzakken is altijd gewoon doorgegaan, de behoefte daaraan is zo groot. Tegen dekens en slaapzakken zeg ik nooit nee.

Ik ben ook actief in de Doopsgezinde gemeente. Ik zit bijvoorbeeld al heel lang in de kerkenraad , daar doe ik het secretariaat en ik help bij het organiseren van kleding- en boekenbeurzen. Na zo’n kledingmarkt blijft altijd heel veel over. Ze vragen ze me altijd: Tineke, wat moeten we voor jou inpakken? Alle spijkerbroeken, zeg ik dan. En ook alle winterjassen en goede truien. Thuis zoek ik het allemaal uit en ik neem het mee naar de Open Hof. Ik leg wel eens kleding apart voor een bezoeker, het gebeurt dat iemand een goede broek of trui nodig heeft omdat hij naar een bijeenkomst moet. We hebben wel eens een meneer gehad, die had een leuk uitje en hij zag er niet uit. Ik tast dan af of iemand andere kleren wil, ik dring nooit iets op.

Sommige bezoekers willen gewoon geen nieuwe jas. Of ze dragen hun broek net zolang tot ze een nieuwe krijgen, zonder te wassen. Laatst was er een mevrouw, ze was heel vies, en ze had verhalen over werken in de prostitutie en over misbruik. Daar ben ik een beetje beroerd van geweest, want ik had het gevoel dat ik niks voor haar kon doen behalve dan schone kleren aanbieden. Naderhand dacht ik, ik had haar moeten vragen of ze even wilde douchen. Dat doen we normaal niet, maar dit was zo’n schrijnende situatie. Voor mij was dat een leermoment.

Op een keer nam ik wat tweedehands boeken mee die over waren van de boekenmarkt van de kerk. Een bezoeker pikte er direct een boekje over sterrenkunde uit, ‘mag ik dat lezen?’ Je mag het hebben!, zei ik. We hebben nu een boekenkast en men weet: deze boeken zijn om mee te nemen. De bezoekers zijn best kritisch. Dunne pockets lezen ze niet graag, spannende boeken wel en ik neem ook wel eens iets in het Engels en Duits mee. Eigenlijk is alles goed, maar wat een beetje vies en smerig is, gaat gewoon weg. Daar houden dak- en thuislozen niet van.

Toen Tineke negen jaar geleden als zomervrijwilliger bij de Open Hof begon had ze de zorg voor mijn moeder en schoonmoeder. Haar man was toen al overleden. Wat betekent dit werk voor haar?

“Je probeert je leven weer zinvol te maken. Dit vrijwilligerswerk ís zinvol en ik vertel er graag over. ‘Wat goed van jou’, zeggen mensen dan en daar heb ik zo’n hekel aan. Het is juist goed voor mij! Ik leer ervan en ik zie naast veel tragiek toch ook veel humor.”